Perslucht uitgelegd
Wat gebeurt er wanneer we lucht samenpersen?
Perslucht is zuiver, veilig, eenvoudig en efficiënt. Er komen geen gevaarlijke uitlaatgassen of andere nevenproducten vrij wanneer perslucht als energiebron gebruikt wordt. Het is een niet-ontvlambare, niet-vervuilende energiebron.
De mechanische compressie van lucht van 1 bar (atmosferische druk) naar een hogere druk (tot 414 bar) met een compressor is onderworpen aan de wetten van de thermodynamica. Deze stellen dat bij de verhoging van de druk, de temperatuur stijgt en dat het samendrukken van lucht een evenredige stijging van de temperatuur met zich meebrengt. De wet van Boyle legt uit dat als het volume van een gas (lucht) halveert tijdens de compressie, de druk ervan verdubbelt. De wet van Charles stelt dat het volume van een gas rechtevenredig is met de temperatuur ervan. Deze wetten vertellen ons dus dat druk, volume en temperatuur onderling afhankelijk zijn. Als één van deze variabelen verandert, zullen ook één of beide andere variabelen veranderen volgens de onderstaande vergelijking.
![]() |
(P1 V1)/ T1 = (P2 V2)/T2 Waarbij P=druk V=volume en T=temperatuur van het gas zijn, 1 de initiële toestand voor de verandering en 2 de uiteindelijke toestand na de verandering. |
Wanneer we dit op een compressor toepassen kunnen het luchtvolume (of capaciteit) en de luchtdruk gecontroleerd en verhoogd worden tot een peil dat geschikt is voor het gebruik ervan. Perslucht wordt gewoonlijk gebruikt onder een druk van 1 tot 414 bar (14 tot 6004 psi) met een verschillend debiet beginnende op 0,1m3 (3,5 CFM – kubieke voet per minuut).

